De tocht van 2015


Donderdagavond 24 september tegen half acht kwamen 8 mensen bij Hoora in Heeg voor de start van de derde elfstedentocht. Onze tegenstander met de rose wikel hat stiekem een sportieve valk geboekt met een spinaker. Wij hadden daar met drie niet zeilers aan boord niet veel trek in dus hielden wij het bij een gewone valk. Wel namen wij een tent mee op de boot voor een mogelijk rustmomentje bij gesloten brug. De andere boot was niet van plan te slapen dus lieten zij de tent in Heeg. Net voor de start werd besloten om dit jaar in ieder geval Dokkum aan te doen. Wij kozen dus voor het rondje tegen de klok in. Bij de start was het al aardig donker dus wij plakten ons toplicht van de AC Tion in de mast en zo vertrokken wij kort na 20:00 uur samen richting Osingahuizen. Toen wij uit de luwte kwamen en voor de wind richting Osingahuizen koersten hezen onze tegenstanders de spinaker. Zij waren niet bij te houden maar vlak voor de brug kregen zij wat problemen met het zakken van de mast waardoor wij als eerste onder de brug vandaan kwamen. Zo konden wij ongeveer tegelijk in IJlst aankomen waar weer veel luwte was. Wij peddelden als gekken en konden zo als eerste onder de brug door komen om zo als eerste ons stempeltje van IJlst te ontvangen.



Op naar Sneek liep de andere boot weer bij ons weg maar wij hadden ze nog in het zicht toen wij bij de waterpoort onder de Lemmerbrug door gingen. Toen bleek dat de uitrusting van onze bemanning niet compleet was. Er was geen bier en er waren geen peuken. Een korte tussenstop bij de Oppenhuisterbrug zorgde er voor dat wij weer in alles voorzien waren. Daarna zetten wij de achtervolging weer in richting de Zwette. De wind was toen al aardig gaan liggen maar dat wisten wij nog niet omdat wij dachten in de luwte van Sneek te zitten. In het donker dreven wij met een zuchtje wind in de rug richting Leeuwarden. Slingerend tussen de fuiken die dan weer links, dan weer rechts een flink stuk uit de kant stonden. Nu en dan dook er plots een brug op uit het donker maar niet lang na de 'Haak om Leeuwarden' konden wij dan toch linksaf op het Van Harinxmakanaal. Het was rustig op het kanaal en al snel bogen wij weer af naar rechts om zo de stad Leeuwarden binnen te drijven. Met het nodige jaagwerk kwamen wij de stad goed door en via de prinsentuin kwamen wij op de Dokkumer Ee. Wij kozen uiteraard niet voor de eenvoudige brede weg naar Dokkum maar wij gingen via de Bonkevaart. Het was nog even zoeken naar de ingang van de Bonkevaart want zoveel stelt die legendarische vaart nu ook weer niet voor als er geen ijs ligt. De zon was er ondertussen weer bij en met een eind touw in de hand jaagden wij de boot voorbij de finish van de schaatstocht. Niet veel later sloegen wij af richting Oudkerk en het beroemde tegeltjesbruggetje. Toen kwam er gelukkig weer wat wind en zo konden wij voor de wind door naar Oudkerk. Wij hadden de andere boot nog steeds in het vizier.



Bij Oudkerk maakten wij een bocht richting Bartlehiem en dat stuk was flink aan de wind maar door hier en daar wat te knijpen konden wij, soms minder dan een halve meter uit de kant blijvend, het betonnen bruggetje van Bartlehiem in een keer aanzeilen. Toen ging het weer mooi voor de wind naar Dokkum toe. Door Birdaard en voorbij de Klaarkampsterbrug kwamen wij eindelijk bij de stad die wij tijdens de beide vorige pogingen links lieten liggen. De andere boot was ondertussen alweer op de terugreis want de Eebrug was te laag en stond op dubbel rood. Wij wilden wel graag tot aan het keerpunt en al snel werd duidelijk dat de brugwachter middagpauze had maar na 5 minuten kwam zij op de scooter aanracen dus konden wij door naar de binnenstad. De beide bruggen werden vlot voor ons open gedraaid en ook de laatste twee vaste bruggen waren wij snel door. Wij hadden nu niet alleen wind mee maar ook de stroming hielp ons dieper het centrum in. Op het keerpunt maakten wij natuurlijk de nodige foto's en toen bleek de moeder van een van onze bemanningsleden op de kant stond. Wij moesten even aanleggen bij it Raedhûs want daar werkte de broer van dat zelfde bemanningslid. Na anderhalf uur vertraging en een paar lekkere hapjes en een wat minder lekker slokje konden wij de reis vervolgen. Ons vaantje was bij het aanleggen in een boom blijven hangen en naar beneden gevallen. Met een paar tie-ripjes konden wij dit gelukkig repareren. De terugweg naar Bartlehiem was een stuk lastiger want nu moesten wij laveren tegen de wind in en met de stroming tegen. Met flink wat peddelwerk berijkten wij opnieuw beide bruggen die door de vriendelijke brugwachter flot bediend werden. Wij kregen nog wat extra weerstand door het schroefwater van een flink opgebouwd vrachtscheepje dat net voor ons door de brug ging maar na de Eebrug konden wij het gelukkig weer zeilend oplossen. Het was een flink stuk laveren langs de kronkelende Ee die er voor zorgde dat wij afwisselend korte en lange slagen konden maken. Zo nu en dan zaten wij even aan met de kiel vast in de modder maar het waaide gelukkig nog hard genoeg om er met boom en zeil weer uit te komen. De brugwachter van de Klaarkampsterbrug en die van Birdaard werkten nu mee en flot wipten zij voor ons de brug zodat wij nog net voor donker weer in Bartlehiem kwamen. Net nu het weer bezeild zou worden hield de wind er weer mee op. Een deel van de bemanning wilde in Bartlehiem overnachten maar wij zetten nog even door en zo kwamen wij al bomend en jagend aan in Oude Leie. Daar gingen wij nog even door de automatische zelfbedieningssluis om vervolgens de boot in het Bildt aan de kant te leggen. Met een paar borreltjes in het plaatselijke cafe konden daar de slaapzakken alvast weer wat op temperatuur komen op de kachel en zo zetten wij de tent op de boot voor een lekker dutje. De andere boot is die nacht nog door gevaren naar Berlikum waar ze onder een brug geparkeerd zijn aangezien zij geen tent mee hadden.



's Morgens vroeg was er nog steeds geen wind en heb ik de rest van de bemanning nog wat rust gegund maar op een gegeven moment moesten wij natuurlijk wel weer verder. Jagend door de klei kwamen wij verder door het Bildt en de wind die 180 graden zou draaien deed dit uiteindelijk ook zodat wij voor de wind weer wat verder konden drijven richting Wier. Hier konden wij het Bildt weer verlaten door een wederom automatische zelfbedieningssluis. Het was nog een aardig eind richting Franeker. Het vrouwelijke gedeelte van de bemanning was er inmiddels heilig van overtuigd dat de volledige tocht voor hen te lang zou worden op deze manier. Er werd dan ook gevraagd om de kortste route naar Heeg te kiezen. Na Franeker was de route over Harlingen naar Bolsward niet erg ver om dat wij besloten om in elk geval tot Bolsward de route aan te houden. In Franeker was het natuurlijk weer bijna windstil door alle luwte maar met de peddel kwamen wij achter het Sjûkelân en de door ons zo vaak bezochte Bogt fen Guné langs weer op het Van Harinxmakanaal uit. Nu hadden we weer wat ruimte en konden wij weer wat eten koken onderweg naar Harlingen. Het leek wat mee te vallen met de stroming en inderdaad was de sluis ook dit jaar niet aan het spuien. Wij hadden nog even een woordenwisseling met een man op een groot motorjacht die van mening was dat wij op het kanaal uiterst rechts moesten blijven maar aangezien wij aan de wind zeilden en wij door de binnenbocht te nemen het kanaal in een keer aan zeilen konden hadden wij daar even geen zin in. Er was overigens ruimte genoeg voor de man die zelf voor het grootste gedeelte in het midden van het kanaal voer. Net voor de sluis bogen wij af naar links om Harlingen binnen te varen en zo ging het voor de wind door de stad richting Kimswerd. De vrouwen hadden ondertussen besloten niet nog een nacht aan boord te blijven en ook onze jagersman sloot zich bij de dames aan. Wij spraken af dat we de boot nog tot aan Bolsward zouden brengen en dat ik dan zondag alleen terug zou varen naar Heeg. Natuurlijk ging met het licht ook de wind weer uit dus na Kimswerd was het nog een heel eind naar Bolsward. Uiteindelijk werd besloten de vrouwen dan alvast maar in Witmarsum op te laten pikken. De beide mannen zouden dan nog even doorbikkelen naar Bolsward. Een van de vrouwen had mijn autosleutel nodig en zij bracht die in Schettens weer bij de boot. Daar belanden wij in de âld Haven bij een keet met allemaal jongeren. Ik had op dat moment het idee dat dit een prima plek was om de nacht door te brengen dus de rest van de bemanning ging nu ook van boord en ik bleef bij de jonge mannen van Schettens achter. Daar hebben wij ons goed vermaakt met bier en beerenburg, kampvuur en goede muziek. Toen de mannen op bed gingen kroop ik voor in het puntje van de polyvalk want om de tent op te zetten, daar had ik even niet veel zin in.



Zondagmorgen was er weer licht maar nog altijd geen wind dus peddelde ik vleurig met een wazige kop richting Bolsward. Onderweg kwam ik nog een automatische brug tegen dus ik kon het maststrijken een keer overslaan en zo kwam ik aan in Bolsward. De eerste brug in het centrum moest de mast nog even gestreken worden maar de brug erna werd al voor mij gedraaid. Nu had ik de keuze om linksaf te slaan richting IJlst of rechtuit naar Workum. Er kwam een beetje wind dus koos ik er voor om verder te gaan richting Parrega. De brugwachters op de Workumer trekvaart werkten goed mee en zo kon ik ruim voor 12:00 uur door de brug van Parrega die te laag is voor een polyvalk. Een dik uur later lag ik in Workum voor de brug die toen nog net dubbel rood was. Zo kon ik om precies 13:00 mooi door de beide lage bruggen in Workum. Nu was ik van niemand meer afhankelijk met uitzondering van de wind natuurlijk dus ik besloot Hoora te bellen om te vragen of ik de boot nog een dag langer kon huren. Ik moest en zou de tocht dit keer volbrengen. Dit was natuurlijk geen probleem en ik had nu weer ruim 24 uur de tijd. Voor de wind en meestal alleen met het grootzeil omhoog vanwege de vele bochten en het smalle vaarwater ging ik verder naar Hindeloopen. De kanoroute was soms zo smal dat het riet aan beide kanten tegen de boot aan kwam. Een paar sloepvaarders zagen hoe ik brug na brug alleen door kwam en na een paar hobbeltjes over ondiepten bij de spoorbrug kwam ik aan in Hindeloopen. Daar lagen een paar schippers van de Kameleon die mij wel even door de stad wilden duwen maar dat wilde ik natuurlijk niet. Al peddelend kwam ik de stad weer uit en nu kon ik weer zeilen richting Koudum en Molkwerum. Net voorbij Molkwerum was het weer erg ondiep aan de kant en dus zat ik weer een paar keer goed vast maar uiteindelijk bereikte ik de Noarderdyk. Mooi onder de IJselmeerdijk door kwam ik zo in Stavoren. Daar mocht ik nog even zonder al te veel wind om het station heen peddelen en toen kwam ik bij de koebrug. Ik had wel trek in een haring van Doede maar Doede was al dicht dus besloot ik om dan maar verder te zeilen. Op het Johan Frisokanaal kon ik weer laveren met het kleine beetje wind wat er nog was en toen ik over het aquaduct kwamt bij de Galamadammen was het zoeken naar het begin van de Luts. Er lagen verscheidene boten voor anker maar ik zat op de verkeerde plek te zoeken en heb daar bijna een uur omgezeild. Toen vond ik het baken en ik was inmiddels al zo moe dat ik snel de kant opgezocht heb. De maansverduistering was inmiddels begonnen.



Die nacht ben ik verscheide keren wakker geweest en ik heb dan ook alle fasen van de maansverduistering goed meegekregen. 's Morgens vroeg begon ik weer te peddelen maar dat schoot niet erg op dus heb ik het maar eens met de boom geprobeerd. Het duurde enige tijd voor ik het bomen zonder stuurman goed voor elkaar kreeg mar toen ging het ineens best aardig. Met gestreken mast kon ik staande bij de kiel de boom schuin naar achter duwend de boot redelijk recht houden. Richting de Wyldemerk kreeg ik de opgaande zon recht van voren en dat in combinatie met de weerspiegeling in het water maakte het zicht oogverblindend. Gelukkig kon ik niet veel later de bos in en zo kwam ik na een paar uur bomen aan in Balk. Na de laatste brug heb ik het zeil weer gehezen maar uiteraard had ik de wind weer recht van voren. Omdat ik wel klaar was met dat geboom heb ik het Slotermeer toch maar laverend bereikt. Toen kon ik hoog aan de wind richting Sloten en daar heb ik met de mast plat door de stadsgrachten gepeddeld. Voorbij het kanon heb ik opnieuw laverend de brug bij de fabriek bereikt. De brug was al open voor een kruiser maar ik had geen zin om twee euro te betalen dus heb ik de mast weer laten zakken en mij snel aan de alweer zakkende brug door de brug getrokken. Nu kon ik weer richting het Slotermeer zeilen en gelukkig kon ik de monding van Woudsend in een keer aanlopen. Bij het bekende bosje bij Woudsend pakte ik opnieuw even een peddel maar verder lukte het al laverend tot aan de brug te komen. Aamgezien het bij de brug nogal druk was met boten van beide kanten koos ik er voor om door de linker vaste doorgang te peddelen. Dit was de laatste brug van de tocht en nu kon ik tot aan Heeg alles zeilen. Het eerste stukje was nog aan de wind maar richting de gouden boaium kreeg ik zelfs nog weer een flinke snelheid en zo kon ik maandag tegen vier uur 's middags weer bij Hoora aanmeren. Ik was kapot maar voldaan. Ik was de enige van ons ploegje die de tocht in een week uitgezeild had. Volgend jaar moeten we deze tijd van dik 90 uur nog maar even flink aanscherpen want met een beetje wind moet het in de helft van deze tijd wel kunnen lukken.





Repko Snits foar al jo sportprizen Voor iedereen die van de Friese natuur houdt Steun KiKa in de strijd tegen kinderkanker Recreatieschap Marrekrite Stichting Ramon scoort tegen kanker Warkumer ierdewurk